
Het Beslissende Kwartier
De ochtend in de Linnaeusstraat
Op 2 november 2004 fietst Theo van Gogh door de Linnaeusstraat in Amsterdam-Oost, zoals elke andere dinsdagochtend. De filmmaker en columnist, bekend om zijn provocerende uitspraken over religie en zijn kortfilm Submission met Ayaan Hirsi Ali, heeft geen beveiliging. Achter hem volgt Mohammed Bouyeri, een geradicaliseerde jongeman uit het Hofstadnetwerk, met een pistool en een kapmes onder zijn kleding. Wat volgt duurt vijftien minuten en verscheurt een natie. Acht kogels, een doorgesneden keel, een dreigbrief op het lichaam geprikt. Nederland verliest die ochtend niet alleen een filmmaker, maar ook een illusie: de gedachte dat tolerantie een schild is tegen geweld, dat controverse een spel is zonder dodelijke inzet. De moord leidt tot brandstichtingen bij moskeeën, verscherpte beveiliging van politici en een verhard integratiedebat dat de Nederlandse politiek blijvend verandert. Wat als Van Gogh die ochtend een andere route had genomen, of de waarschuwingen wél serieus had genomen?





